Ombudsman: Wel of niet mondkapje in stadhuis?
In dit artikel:
Ronald* draagt sinds de coronacrisis in drukke ruimtes een mondkapje om zichzelf te beschermen. Toen hij in het gemeentehuis zijn rijbewijs kwam ophalen, vroegen medewerkers hem het mondkapje af te doen omdat in de hal bezoekers herkenbaar moeten zijn. Dat voelde onprettig; hij diende een klacht in over de manier waarop hij was aangesproken. De gemeente antwoordde dat gezichtsbedekking in de hal niet toegestaan is en bood excuses aan voor de manier van communiceren.
Een maand later kwam Ronald terug om zijn ID-kaart op te halen, nog zonder formele afronding van zijn klacht, en ook nu werd hij aangesproken terwijl hij weer een mondkapje droeg. Omdat hij zich niet serieus genomen voelde, wendde hij zich tot de Nationale Ombudsman.
De ombudsman onderzocht de zaak en concludeerde dat de gemeente onvoldoende duidelijkheid biedt over wat onder gezichtsbedekking valt en waar die regels staan. Hoewel de huisregels bepalen dat medewerkers bezoekers moeten kunnen zien, staan die regels niet duidelijk vermeld op de website, waardoor het begrijpelijk is dat bezoekers niet wisten dat mondkapjes niet zijn toegestaan. De ombudsman vindt dat de gemeente Ronald beter had moeten informeren en respectvoller had moeten behandelen.
De gemeente zegt intern te zullen bekijken hoe zij informatie en communicatie kan verbeteren. De ombudsman benadrukt dat regels helder en op een rustige, respectvolle manier moeten worden uitgelegd—vooral tegenover mensen die zich kwetsbaar voelen.
*Niet de echte naam. Voor hulp: Nationale Ombudsman 0800–33 55 555.